Met de inkt
die naar je lichaam ruikt
neem ik je mee
op de versnipperde blaadjes
hier en daar
en zal ‘k je registreren.
Je komt weer
Je komt weer en vraagt me wat ‘wij’ inhouden
en dat, na drie lange seizoenen
in een cirkel
waar het begin en einde
overeenkomstig is.
Drie seizoenen met momenten
die ik met een vers van
‘dit is mijn lot’*
geproefd heb.
Je komt
en ik weet
dat je me
als ieder andere bloemblad van je
gelijkgeurig gaat vinden
alweer.
Maar in deze donkere wagen van je herinneringen
heb ik gehuild en
werd ik gekust
weet je nog?
Toen ik zonder enige aankondiging
voor de deur van je huis der genegenheid
verscheen.
Toen je halfnaakt, gekleed was
en ik gekleed, oernaakt voor je stond.
Toen we ons aparte wegen vervolgden
maar weer terugkwamen…
Toen we met al het gemis
pas in elkaars armen
het verlangen voelden.
Toen je je
na de climax
met je liefkozende ogen
op mijn bewusteloos lichaam
graveerde.
Wist je dan niet
dat ik elke dag
tijdens iedere ‘liefde-bedrijving’
die onsterfelijke scènes
met smaak zou proeven
zou verslinden
ze dan zou uitbraken
en als een kameel
een tijd zou blijven herkauwen?
Als een bestelling uit hemel
was je
geboren in mij
geboren in mei.
Jij bent toch een lentevrucht, oh lief…
waarom heb je dan een ijzige winter
voor me geschetst?
Wist je dan niet
dat als je weer eens waaide als een bries
mijn momenten
met wat episodes van de ‘wedergeboorte’*
met jouw handschrift
tot de kelder van de hel van onze memoires
mij zouden vergezellen?
En ik zou je dan achterna roepen
“gij zult van ’n schurk geen liefde claimen”**
maar jij was de schurk, de mijne
met een glimlach net zo gelukkig als de mijne
en een lichaam goed passend bij het mijne…
Maar je komt weer terug
Je komt
en mijn lijk wordt weer verwarmd
tot leven gewekt
om het weer in het kou te laten staan.
zo zou je mijn bomen van hoop weer bemesten
en weer wegwaaien, zul je
en mijn lijk
zou huilen, met bloedtranen
en zou ruiken naar een ‘onschatbare hoer’
en zou blijven met jouw littekens op zich
en zou je vingerafdrukken met zich dragen
en me haten
en je haten
en je haten
en vergeten.
Je plaats zou dan in mijn hartkloppingen
geleidelijk bevriezen.
Maar je komt weer
van begin af aan
en laat je wonden door me uitkleden
zodat ik ze kan zalven.
En vraag je naar een meting
een inhoud over ‘wij’.
En ik ga
en ik kom
en tijdens de piekuren van de vrede
die je aan me verschijnt
en me liefkozend berijmt
word ik niet meer gevuld
word ik niet meer blij…
Lief, het is winter
en je bent je odeur kwijt.
~
Fari Naz----------------
* Een gedicht van het Iraanse dichteres Forough Farrokhzad.
** Een vers uit een oude Perzisch gedicht, vertaald uit “طلب عشق ز هر بی سر و پایی نکنیم”